Dagboek Wim van Bruggen

Wim van Bruggen

Dagboek september 2021

10 sept. 2021

Arenden langs de IJssel.

Tijdens een IVN-excursie op 28 augustus j.l. zagen we ter hoogte van het Kleine veer boven een zijarm van de rivier een ” biddende” visarend boven het water op jacht naar vis. Dat bracht mij op het idee wat meer aandacht te besteden aan de  twee  arend-soorten die je regelmatig langs de IJssel kunt waarnemen en zich sinds het begin van deze eeuw als broedvogel in ons land gevestigd hebben; de zeearend vanaf 2006 en de visarend vanaf 2016.

De zeearend.

Foto: Warner Bruins Slot – Zeearend en een raaf

Voordat de zeearend nog geen broedvogel was, zag je hem regelmatig in onze omgeving. Dat was meestal in trektijd.

Het eerste broedgeval vond plaats in de Oostvaardersplassen. Zeearenden vestigen zich bij voorkeur in rustige gebieden met een groot aanbod aan watervogels en vis. Blijkbaar zijn zulke gebieden zelfs in ons overbevolkte landje nog voor handen, want sinds het eerste broedgeval werd het een succesverhaal. Tegenwoordig zijn er al meer dan 20 broedpaartjes verspreid over ons deltagebied waaronder het Zwarte meer en  enkele jaren terug in Roggebotzand.

Kenmerken.

Een zeearend is een imposante verschijning met zijn spanwijdte van ruim twee meter. Hij vliegt met kaarsrecht, bijna rechthoekig gehouden vleugels en wordt daarom wel eens “een vliegende deur”genoemd. Ze bouwen hun enorme nest vaak in de kruin van een oude boom; of aan de Atlantische kust op een rotsrichel. Die nesten worden meestal jaren achtereen gebruikt.

Broedparen zijn gewoonlijk het gehele jaar door aanwezig en houden zich dan op in de omgeving van hun territorium.

Juvenielen daarentegen maken omzwervingen van honderden kilometers.

De visarend.

Foto: Peter van Dam

Deze arend was in trektijden, vooral in deltagebieden een regelmatige gast.

Het is een middelgrote roofvogel met een opvallend lichte onderzijde, smalle vleugels met een lange hand en slechts vier vingers.

Net als een torenvalk kan hij stilstaan in de lucht. Al “wiekelend” hangt hij boven het water en duikt vervolgens met gesloten vleugels en  poten naar voren op zijn prooi af.

Als broedvogel werden visarenden veel eerder verwacht, te meer daar er in ons deltagebied tal van geschikte biotopen zijn.

Sinds 2016 broeden ze in de Biesbosch en ook dit jaar zijn daar weer twee succesvolle broedgevallen.

De verwachting is dat ze binnen afzienbare tijd ook in de IJsselmond gaan nestelen.

Aanvankelijk waren ze succesvol in Fenno-Scandinavië en Duitsland. In de jaren vijftig en zestig werd de visarend met vele andere roofvogelsoorten gedecimeerd door het gebruik van landbouwgiffen. Vanaf de jaren tachtig kwam er een ommekeer ten goede toen het gebruik daarvan verboden werd.

Overigens kun je binnen ons land nog een arend zien, een slangen arend, maar dan niet binnen onze kontrijen.

Was het in de jaren negentig nog een dwaalgast; tegenwoordig worden ze regelmatig gezien in reptielen-rijke gebieden zoals het Fochteloërveen en de Veluwe.

Broedgevallen zijn nog niet waargenomen; wel baltsachtige gedragingen en prooioverdracht.

Wim van Bruggen, 11 sept. 2021.

Dagboek augustus 2021

10 augustus 2021

De casarca en de reuzenstern.

Er breken weer interessante maanden aan nu het trekvogelseizoen begonnen is. De gierzwaluwen zijn voor een groot deel al vertrokken en de ooievaars zijn zich aan het groeperen voordat ze al zwevend naar het zuiden trekken. Tal van vogelsoorten kiezen op weg naar hun winterkwartieren als tussenstation de Vreugderijkerwaard. Onder meer zie ik daar met name in de maanden augustus en september twee schaarse broedvogels, de casarca en de reuzenstern.

De casarca.

De naam casarca is een mooi voorbeeld van een onomatopee ( klanknabootsing ) ; het geluid doet mij ook wel denken aan dat van een groep rotganzen.

Het is een forse eend met een warm bruinoranje verenkleed en contrastrijke zwarte elementen. In de vlucht hebben ze in het oog springend zwart-witte vleugels. Mannetjes onderscheiden zich door middel van een zwarte halsband; vrouwtjes hebben een wat lichtere kop en juvenielen een grijsachtige kop. Ze foerageren op graslanden en in moerassen rond randmeren en estuaria. In de Vreugderijkerwaard zie je ze soms bij tientallen tegelijk. Dat mag best uniek heten daar uit tellingen in trektijd blijkt dat plusminus 900 casarca’s ons land passeren.

Teneinde meer inzicht te krijgen in de trekbewegingen, zijn een aantal casarca’s voorzien van een halsband met een code. Eventuele waarnemingen van codes zie ik met belangstelling tegemoet. In het verleden zag je nog wel eens casarca’s die ontsnapt waren uit een volière. Hun broedgebieden liggen voornamelijk in Zuidoost-Europa. In ons land broeden ze mondjesmaat. Het meest nabije broedgebied ligt in West-Falen. Ze nestelen in holtes van rotswanden, oevers, bomen of ruïnes.

In Zuidoost-Europa is de populatie aanmerkelijk geslonken; toch schijnt het aantal van deze fraaie eendensoort de laatste jaren weer een lichte stijging te vertonen.

De reuzenstern.

De grootste stern ter wereld met een spanwijdte van bijna anderhalve meter. Te herkennen aan hun grote formaat, forse rode snavel met een zwarte punt en zwarte naar verhouding enigszins korte poten; in de vlucht gehoekte vleugels. Met wat geluk zie je ze vissen vooraf gegaan door een spectaculaire duik. De reuzenstern doet mij in vele opzichten denken aan een uitvergrote vorm van het visdiefje. De juvenielen hebben nog niet dat zilverachtige van hun ouders en zijn donkerder van kleur met een oranje snavel.

De reuzensterns die ons land passeren zijn afkomstig uit kolonies gelegen op eilandjes en in kustmoerassen rond het Oostzeegebied. Ze broeden op alle continenten behalve Zuid-Amerika en Antartica; in Zuid-Amerika wel als overwinteraar. Terwijl de lachstern op de rand van verdwijnen staat, wordt de reuzenstern de laatste jaren meer gezien.

Wim van Bruggen.

Dagboek juni 2021

20 juni 2021

Kauwen en de slimheid van kraaien.

Foto: Patrick van Leur

Fietsend over de oude boogbrug naar Hattem zie ik massa’s korte takjes op het wegdek liggen. Boven mij hoor ik het ge-kja-kja-kja van kauwtjes. Ze vliegen heen en weer tussen de wal en de hogere brugdelen. Het is broedtijd en kauwtjes nestelen bij voorkeur in holtes, zoals oude spechtennesten of op de Waddeneilanden in konijnenholen. Hier op de IJsselbrug nemen ze genoegen met nissen die deze metalen brug hun biedt. Er wordt volop gebouwd. De nesten zijn vaak niet al te stevig en veel takjes vallen of waaien naar beneden.

De naam van deze meest algemene kraaiachtige lijkt een typisch voorbeeld van klanknabootsing. Niet alleen zijn geluid is moeilijk te verwarren met zijn soortgenoten als de zwarte kraai en de roek; hij is kleiner en zit keurig in het verenpak en is niet egaal zwart. De kop is grijsachtig. Overal in Europa zie je ze behalve in het hooggebergte en het hoge noorden. Daar wordt hun plaats ingenomen door alpenkraaien en alpenkauwen.

Ze zijn heel sociaal en vooral in het najaar scholen ze samen. Tegen de avond vormen ze met veel kabaal onsamenhangende vluchten en overnachten dan gezamenlijk in parken en bossen. In veel opzichten zijn het cultuurvolgers. Zo zie ik ze vaak op spoorwegperrons scharrelen op zoek naar etensresten die de passagiers daar achterlaten in de vorm van etensresten.

Foto: Patrick van leur

Jonge kauwen kunnen zich makkelijk hechten. Lang geleden ben ik maanden lang opgetrokken met een kauw die mij dagelijks vergezelde en met speels gemak op mijn schouder of op het stuur van mijn fiets ging zitten. Op zekere morgen was hij verdwenen en heb ik hem nooit meer terug gezien.

Kraaiachtigen munten vaak uit in slimheid. Eén soort, de wipsnavelkraai uit Nieuw-Caledonië spant de kroon. Ze vervaardigen werktuigen teneinde insecten uit holtes te peuteren. Die hulpmiddelen maken ze uit allerlei materialen met grote precisie op de juiste lengte en doorsnede. Wipsnavelkraaien zijn de enige diersoorten behalve de mens die werktuigen maken met een haak. Het is wonderbaarlijk dat er binnen een hersenruimte nauwelijks groter dan een erwt een brein schuilt dat tot zoveel in staat is.

Het heeft lang geduurd voor dat de mens ontdekte dat wij in het gebruik van werktuigen niet uniek zijn. Chimpansees,orang-oetangs, makaken, olifanten, sommige vogelsoorten, ja zelfs insecten zijn er toe in staat. De vrouwtjes van de langsteelgraafwesp klemmen een steentje tussen hun kaken, waarmee ze de grond voor hun nestingang kunnen aanstampen teneinde die extra te verzegelen.

Wim van Bruggen

Dagboek april 2021

14 april 2021

Het ooievaarsbos.

Foto: Wim van Bruggen

Ze zijn er weer, sommige al in begin februari om zich te verzekeren van de mooiste nestplek. Sinds een aantal jaren nestelen ooievaars langs de IJssel steeds meer in de bomen, bij voorkeur in groepjes bij elkaar, want in wezen is de ooievaar een kolonievogel. Zo ook in het bos nabij het Oldenelerpark. Zeven broedgevallen tel ik. Plus nog één op een paal in het park. Met hun trage, diepe vleugelslagen vliegen ze heen en weer tussen het bos en de uiterwaarden van de IJssel. Vanaf het fietspad kun je het geklepper en de daarbij behorende begroetingsrituelen waarnemen.

Wat ze eten en wat er te veel zou zijn.

Regenwormen, amfibieën, insecten, muizen en mollen eten ze, maar helaas, helaas ook juveniele weidevogels. Daarom is de ooievaar niet overal meer welkom en gaan er al stemmen op dat er nu wel genoeg ooievaars zijn. Daar staat de ooievaar niet alleen in. Zo zouden er op bepaalde plekken te veel bevers zijn omdat ze de dijken ondergraven. Ook de bever is jaren geleden opnieuw ingevoerd. En er zijn nu al te veel wolven, want ze bedreigen onze schapen Maar laten we niet vergeten : er zijn te veel varkens, te veel koeien, geiten en kippen, maar vooral te veel mensen.

Creatieve oplossingen voor bovenstaande problemen moeten mogelijk zijn.

De populariteit van vogels In sommige landen is de ooievaar dusdanig populair dat er kosten noch moeite worden gespaard om het hem naar de zin te maken. Na de oorlog was deze vogel bijna volledig uit West-Europa verdwenen. In 1969 werden op verschillende plekken projecten opgestart, die uiteindelijk zeer succesvol waren.

De ooievaar is weer helemaal terug.

Mede als gevolg van die projecten en de zachte winters ondernemen veel ooievaars de risicovolle tocht naar Afrika niet meer. Eén derde van onze populatie blijft hier en houdt zich op in de buurt van nestplaatsen. Bij strenge vorst gaan ze op zoek naar aanvullende voedselbronnen bij voormalige ooievaarsstations of dierentuinen waar ze worden bijgevoerd, Ook particulieren die bijvoeren weten ze te vinden.

Waar broeden ze?

Foto: Wim van Bruggen

De meeste ooievaars in Nederland broeden langs rivieren. Ze mijden bosgebieden, hoogveen, akkerbouwgebieden en de nabijheid van zoute wateren zoals het Wadden- en Deltagebied.

Foto: Wim van Bruggen

De trekkers.

Evenals vele roofvogelsoorten zijn ooievaars echte zwevers, die op zonovergoten dagen met een minimum aan energie grote afstanden kunnen afleggen. Voor de trekperiode zie je ze regelmatig oefenen. Als de trek aanstaande is verzamelen ze zich in grote groepen en vertrekken het liefst op een mooie zomerdag waarbij ze kunnen profiteren van de opstijgende luchtstromingen, zodat ze van de ene naar de andere thermiekbel kunnen oversteken. Boven water is er weinig of geen thermiek. Daarom steken ze de Middellandse Zee over waar die op z’n smalst is. Voor onze ooievaars die de westelijke trekroute volgen is dat de Straat van Gibraltar. De oostelijke populatie maakt de oversteek bij de Bosporus. Zo bereiken ze al zigzaggend hun overwinteringsgebied in Afrika.

Wim van Bruggen.

Dagboek maart 2021

11 maart 2021

Waterwingebied Vechterweerd

Wanneer je het fietspad aan de zuidzijde van de Vecht vanaf Berkum naar Dalfsen volgt, passeer je na enkele kilometers het waterwingebied Vechterweerd. Het gebied bestaat uit een binnendijks en buitendijks deel. Het buitendijkse deel heeft een open karakter, dat bij hoge waterstanden onder water komt te staan. In het binnendijkse deel staat een woonhuis. Ten oosten daarvan bevindt zich een fruitboomgaard en een hooischuur, die gebruikt wordt als startlocatie voor veldlessen. Jaarlijks krijgen hier honderden basisschoolleerlingen veldlessen van I.V.N.-gidsen. Aan de achterzijde van de hooischuur is een bijenstal gebouwd.

Aan de andere kant van de weg ligt het productiebedrijf van Vitens met bijbehorende percelen. Er is een waterplas aangelegd met een eiland plus een reinwaterkelder. Het eiland is verrijkt met een oeverzwaluwenwand. Ten oosten van het pompgebouw is een bosje aangelegd.

Historie.

In 1616 wordt voor het eerst melding gemaakt van dit gebied. Centraal lag de havezate Vechterweerd, die tot 1844 diverse eigenaren heeft gehad en bestond uit een herenhuis met bijbehorende stalling, tuinmanswoning, boerenerven, groengronden, een tuin met boomgaard en fraai aangelegde wandeldreven. Totale oppervlakte 98 ha.

In 1855 ging het gebied op de schop en werden de gebouwen gesloopt, de bomen gekapt en de tuinen hebben plaats moeten maken voor weilanden.

Waterwinning en natuur.

Wereldwijd wordt er steeds meer grondwater gewonnen wat op veel plaatsen vooral ook in het westen van ons land tot gevolg heeft dat de ondergrond inklinkt en vervolgens gaat verzakken. Bovendien is men onlangs tot de ontdekking gekomen dat het op grote schaal onttrekken van grondwater het verkoelend effect van de aardmantel zodanig ondermijnt, dat dit bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Een reden te meer om zuinig te zijn met water en waterwinprojecten duurzaam en ecologisch te beheren.

Het hoofddoel van het waterwinproject Vechterweerd is de kwaliteit van de natuur- en landschappelijke waarden te behouden en waar nodig te versterken. Dat betekent onder meer dat er geen bestrijdingsmiddelen en meststoffen worden gebruikt.

De waterwinning Vechterweerd is een oevergrondwaterwinning, waarbij een mengsel van grondwater en water uit de Vecht via bodempassage wordt onttrokken.

Aanleg van poelen en watergangen.

Om de ingeschaarde Gallowayrunderen van drinkwater te voorzien zijn op een drietal plaatsen poelen aangelegd. Binnenkort komt er ook nog een paddenpoel Dankzij de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs de watergangen is er een goed ontwikkelde oever- en onderwatervegetatie ontstaan. Tevens heeft dit geleid tot een diversiteit aan amfibieën, vissen, libellen en watervogels.

Een gelukkige bijkomstigheid is dat de oevers van de Vecht ontsteend zijn zodat de oevers weer kunnen afslijten en er weer zandstrandjes zijn ontstaan. Een gevarieerde oevervegetatie is het resultaat en vogels kunnen er weer foerageren.

Planten in en langs het water.

In en langs de watergangen staan voedselrijke soorten als biesgras, grote egelskop en lisdodde. Kwelsoorten als holpijp zijn incidenteel Op de taluds vestigen zich soorten als moerasklaver, echte koekoeksbloem en hazenpootje.

Enkele zeldzame soorten die langs de oevers van de Vecht voorkomen zijn groot warkruid, moerasbeemdgras en grasklokje.

Bloemrijke graslanden.

De graslanden zijn vrij voedselrijk. Planten als witbol, gewoonstruisgras, grote- en smalle weegbree e. a. zijn algemeen. Ruigsoorten als akkerdistel, boerenwormkruid, ridderzuring en Jacobskruiskruid komen veel voor, waarbij de laatst genoemde overheerst.

In de hoogzomer ogen de graslanden geel van het Jacobskruiskruid, een uitermate giftige plant waar de Galloways zorgvuldig om heen vreten.

Steenanjer en lange ereprijs zijn hier aansprekende zeldzaamheden; zo ook de grote kaardenbol en de gele morgenster.

De fauna.

De ruige graslanden bieden in het voorjaar een geschikte habitat voor kievit, wulp en veldleeuwerik; juist deze soorten hebben het moeilijk. Dat geldt ook voor de patrijs. Kwartels hoor ik nog wel eens en met de roodborsttapuit gaat het goed; minstens drie broedgevallen. De ijsvogel broedt vaak in de oeverzwaluwenwand. Nog een interessante broedvogel is de kleine plevier.

In de nazomer foerageren er lepelaars.

Tijdens de veldlessen worden in de watergangen verschillende vissoorten aangetroffen waaronder de kleine modderkruiper.

Verder noem ik nog een aantal insectensoorten: de bandheidelibel, de zwarte heidelibel, de kleine vuurvlinder, de argusvlinder en de gele weidemier..

Ree, haas, vos en das zijn aangetroffen zoogdieren.

De Galloways.

Onder invloed van begrazing is in ruim tien jaar tijd een rijk gestructureerde begroeiing ontstaan. In de open begraasde delen ontstaan kiemingsmogelijkheden voor allerlei plantensoorten evenals bomen en struiken. De begrazingsdruk mag niet te hoog zijn; daarmee voorkom je dat alle bomen en struiken worden opgevreten. Het buitendijkse deel staat onder invloed van de Vecht. Door regelmatige overstroming wordt de vegetatiesuccessie zo in toom gehouden en zijn pionierssoorten kansrijk.

Het beheer en de zorg voor de kudden is toevertrouwd aan de familie Dijk, eigenaar van de lokale zorgboerderij “Buitenplaats Vechterweerd”.

De foto’s zijn van Wim Hoekman.

Wim van Bruggen.

Oude bijdragen van Wim