20 december 2025
Dode plantenstengels voor solitaire bijen
Naast nectar en stuifmeel kunnen bloeiende vaste planten ook schuil- en nestplekken bieden voor bovengronds nestelende solitaire bijen. De ecologische waarde van een tuin hangt niet alleen af van wat je plant, maar ook van hoe je ermee omgaat. Vandaar adviezen zoals maai mij niet, laat bladeren liggen en bewaar de stengels. Vooral dat laatste roept vaak vragen op: hoe kun je dit het beste aanpakken?

De dode stengels van vaste planten vormen belangrijke nestplekken voor veel soorten solitaire bijen en ook voor sommige solitaire wespen. Soorten zoals metselbijen, behangersbijen en maskerbijen maken hier graag gebruik van. Vaak wordt geadviseerd om bijenhotels met holle bamboestokjes op te hangen, maar een minstens zo natuurlijke en effectieve manier om deze soorten te helpen is het laten staan van holle of mergachtige plantenstengels in de tuin.

In zulke stengels maken de bijen een reeks broedkamers achter elkaar. In elke kamer leggen ze één ei, samen met een voedselvoorraad van stuifmeel en nectar. De larve ontwikkelt zich in de loop van de zomer tot een pop, die in de stengel overwintert. Pas wanneer het weer lente is, komt de volwassen bij tevoorschijn om een nieuwe generatie te starten.
Het moment en de manier waarop je stengels opruimt kan het verschil maken tussen het creëren of juist vernietigen van nestlocaties. Lang werd aangeraden om dode stengels pas laat in het voorjaar weg te halen, maar hiervoor was weinig hard bewijs. Recent onderzoek aan tuinen met vaste planten laat zien dat juist de eerste winter het geschikte moment is om te snoeien (Garden Cleanup for Pollinators: Trim PerennialStems in Their First Winter | NC State Extension Publications, n.d.).

Als je het leven van vaste planten volgt, wordt de reden hierachter duidelijk. In het voorjaar groeien nieuwe plantenscheuten, in de zomer bloeien deze en in de herfst sterven de stengels af. In hun eerste winter zijn deze stengels meestal nog intact. Het merg is dan nog niet voldoende afgebroken om toegankelijk te zijn voor bijen. In deze fase blijken er vrijwel geen nesten in te zitten.
Na de winter verandert dit. De stengels zijn dan voldoende hol van binnen en aantrekkelijk voor bijen om er eitjes in te leggen. Deze stengels blijven gedurende de zomer in gebruik en worden in de tweede winter gebruikt om in te overwinteren.
Dus: stengels worden niet gebruikt in hun eerste winter, maar wel daarna.

Dat betekent dat je de dode stengels in het eerste jaar gerust kunt snoeien tussen de eerste herfstvorst en het begin van de lente, zonder dat je je zorgen hoeft te maken over het kapotmaken van bijennesten. Heb je stengels al eerder in het jaar afgeknipt of beschadigd (bijvoorbeeld door het toppen of afknippen van uitgebloeide bloemen), dan is het beter deze in de winter met rust te laten, want die kunnen al wél bezet zijn.
Hoe ver je snoeit is een keuze. Als je maximale nestgelegenheid wilt bieden, kun je stengels het best terugsnoeien tot ongeveer 30–60 cm boven de grond. Dit oogt nog steeds netjes en levert veel open stengeluiteinden op voor bijen in het voorjaar. Alles tot aan de grond afknippen kan ook, maar hiermee help je de bijen niet. Helemaal niet snoeien kan natuurlijk ook. Dat levert op korte termijn minder nestplekken op, omdat het meer tijd kost voordat stengels vanzelf toegankelijk worden door natuurlijke slijtage
23 september 2025

Klimop
Klimop bloeit laat in het jaar en trekt dan nog massa’s insecten aan. Heb jij hem al eens van Klimop (Hedera helix) dichtbij bekeken?

In september/oktober wordt het al stiller rond de insecten, en dan begint voor mij al het aftellen tot de lente, wanneer ik eindelijk weer het veld en de tuin in kan om volop insecten te zoeken.Toch is er een plant die op dit moment in bloei staat waar nog hartstikke veel verschillende soorten op te vinden te zijn: Klimop
Op de bloemen van de klimop wemelt het verder van de wespen, zweefvliegen, spinnen en kevers. Dat er juist in deze periode zoveel insecten op te vinden zijn, komt doordat klimop een laatbloeier is en nog nectar en stuifmeel levert wanneer de meeste andere planten al uitgebloeid zijn. Bovendien bevatten de bloemen veel suiker en stuifmeel, waardoor ze extra aantrekkelijk zijn voor insecten die zich voorbereiden op de winter, zoals koninginnen van wespen en hommels.



7 september 2025
Dus, heb je Klimop in de tuin of groeit het in de buurt, kijk er eens goed naar in september/oktober. Het zal je verbazen hoeveel leven er nog in zit!

Van gras naar gezoem
Wat gebeurt er als je een stukje gazon vervangt met inheemse planten? In de tuin van mijn ouders besloot ik het uit te proberen. Met mijn kennis van wilde bijen maakte ik een plantenplan en zette ik het om in een klein bijenparadijs. Al in het eerste jaar kwamen er meer dan vijftig soorten bijen op af, waaronder zelfs een paar zeldzame! Zo zie je maar hoeveel verschil een klein stukje natuur kan maken.
Nieuwsbrief Bijentuin
Na het halen van mijn diploma Toegepaste Biologie en met veel verwachtingen en zin in mijn master Ecologie en evolutie werd ik helaas ziek. Hierdoor heb ik besloten om een tussenjaar te nemen. Om ondertussen toch nog bezig te zijn met mijn passie biologie heb ik als project een klein stuk grasveld in de tuin van mijn ouders omgetoverd tot een stuk speciaal voor wilde bijen. Voor mijn afstudeerwerkstuk heb ik namelijk onderzoek gedaan naar deze groep insecten in Amsterdam en daarbij heel veel geleerd. Klaar om mijn kennis op kleine schaal toe te passen dus.
In Nederland leven ongeveer 360 soorten wilde bijen. Het grootste deel daarvan nestelt ondergronds, terwijl een kleiner deel bovengronds nestelt, bijvoorbeeld in oude graafgangen van keverlarven in dood hout, in holle stengels of in steilwanden. Grondnestelende bijen hebben open stukken arme bodem nodig die vrij zijn van begroeiing. Omdat dit soort plekken in mijn omgeving nauwelijks aanwezig zijn, heb ik ervoor gekozen me vooral te richten op de bijen die bovengronds nestelen. Dat zijn ongeveer 76 soorten.’

Van deze 76 soorten heb ik via Waarneming.nl bekeken welke de afgelopen tien jaar in Zwolle zijn waargenomen. Op basis daarvan heb ik een lijst gemaakt en onderzocht op welke waardplanten deze soorten vliegen. Sommige bijensoorten zijn generalisten en bezoeken een breed scala aan planten, terwijl andere, zoals de Resedamaskerbij, Klokjesdikpoot, Kattenstaartdikpoot, Kleine klokjesbij en Grote klokjesbij, juist sterk gespecialiseerd zijn. In mijn plantenlijst heb ik daarom eerst gekeken welke soorten nodig zijn om deze specialisten te ondersteunen.

Na het uitzoeken van de benodigde planten heb ik zaden besteld via Cruydt-Hoeck. Voor soorten die lastiger uit zaad op te kweken zijn, heb ik een bezoek gebracht aan een biologische kwekerij voor inheemse planten in Dalfsen. In maart kon ik eindelijk beginnen met zaaien en al in april was een groot deel ontkiemd. Daarna was het vooral een kwestie van wachten tot de jonge planten sterk genoeg waren om in het bijentuintje uitgeplant te worden.

Het resultaat was boven verwachting: binnen een jaar spotte ik ongeveer 50 soorten bijen, waaronder zeldzame soorten zoals de Zwarte tubebij, Zuidelijke klokjesbij, Breedrandzandbij en Gewone kegelbij. Het is fantastisch om te zien hoeveel leven je kunt aantrekken, zelfs op een klein stukje grond.
Mijn boodschap aan jullie: bespaar jezelf het maaien en sproeien, en ruil het gazon in voor inheemse bloemen en struiken. Je krijgt er een tuin vol zoemende bijen en andere insecten voor terug!

Breedrandzandbij Gewone kegelbij Zwarte tubebij
Voor 2026 ben ik al bezig met een groter project op gemeentelijke grond. Ik ben benieuwd wat dat gaat brengen – en ik houd jullie op de hoogte!

