Ine Reinders

Nieuwsbrief november 2022

STRALENDE BOMEN

Bomen in allerlei formaat en allerlei kleur, stralend?! Nu is er een nieuw boek ‘Stralende bomen’ geschreven mede door een Zwollenaar Henk Kieft, mijn ‘bijna’ buurman.

Met als ondertitel: “over het elektrische leven van planten en bomen.”

Als je het gelezen hebt, kijk je anders naar de natuur. Óf wil je misschien bomenenergie met Henk gaan beleven…. Laat het aan Ine weten.

Brief van Henk Kieft

NIEUW BOEK OVER DE NATUUR: STRALENDE BOMEN

Over het elektrische leven van planten en bomen

Even voorstellen: de auteurs

Na de Wageningen University werkte Henk Kieft tot 1983 in diverse ontwikkelingslanden aan duurzame landbouw. Vanaf 1988 -2015 was hij consultant bij een klein adviesbureau ETC. Sinds 2004 verkent Kieft nieuwe landbouwtechnieken vanuit de kwantumtheorie. Dit leidde in 2015 tot de cursus Kwantum Landbouw en in 2019 tot het boek Quantum Leapsin Agricultureexploring quantum principles in farminggardening and nature’. Website: www.gaiacampus.com. 

Sander Funneman is onafhankelijk onderzoeker, directeur van de Template Stichting Hij pleit voor andere manieren van kijken naar mensen, dieren en planten in hun ecologische en universele context en is schrijver van de boeken Elektrisch Ecosysteem (2019), en Elektrische Context (2021). Website: www.elektrisch-ecosysteem.nl

Hallo IVN-ers,

Hierbij sturen we je een flyer van het boek ‘Stralende Bomen’. Daarin wordt het bijzondere elektrische leven van de planten en bomen beschreven, met enkele verrassende gevolgen van dit inzicht.

De hele natuur blijkt een elektromagnetisch circuit te zijn waarin bomen elektromagnetische wezens zijn, stroom opwekken, magnetische velden genereren, frequentie specifieke signalen uitzenden en elektrisch met elkaar verbonden zijn. In het boek besteden we ook aandacht aan de manier waarom het elektrisch leven van bomen gekoppeld is aan de atmosferische elektriciteit van de aarde. De biologie van de natuur wordt nu verrijkt.

Al bijna vier decennia zijn we, elk op onze eigen manier, gefascineerd door het fenomeen dat alles in de natuur blijkt te werken door middel van elektriciteit en magnetisme. Toen we ermee begonnen geloofde niemand er in. Ook wij hadden een hele tijd nodig voordat we echt betekenis konden geven aan wat we aan het verzamelen waren. We hadden ons los te weken van de scheikunde om in frequenties te gaan denken. Immers, hoe is het mogelijk dat je met specifieke frequenties kiemprocessen van zaden kunt versnellen of wortelgroei kunt verbeteren? Waarom kunnen bomen ziek worden wanneer er zendmasten geplaatst worden? Hoe meer we ons erin verdiepten, hoe meer inspiratie we kregen om erin door te gaan.

Gelukkig waren meerdere mensen on voorgegaan. Sir Jagadish Chandra Bose bijvoorbeeld, pionierde al een eeuw geleden met de elektrische aspecten van planten. Hij schreef: “Overal om ons heen zijn planten aan het communiceren. We merken het alleen niet op.” En Harold Saxton Burr stelde in de jaren ’50 van de vorige eeuw vast dat sterke bomen een hoge spanning opwekken, tot wel 800 millivolt. Terwijl zwakke of zieke bomen een lage spanning genereren, minder dan 150 millivolt. De elektrische spanning van een boom – eenvoudig meetbaar met een Voltmetertje tussen wortel en blad – varieert volgens een dagelijks ritme. Het jaarritme kent twee maxima – tijdens de bloei en tijdens de vruchtzetting. In Tsjechie wordt daarmee zelfs de vitaliteit van bossen gemeten. Helaas werden de elektromagnetische ontdekkingen in de natuur toen vrijwel steeds terzijde geschoven. 

Vanaf juli 2020 begonnen we onze verzamelingen samen te voegen tot een boek: Stralende Bomen. Het staat vol bijzondere verschijnselen uit de natuur die eigenlijk verrassend eenvoudig elektromagnetisch verklaard kunnen worden. Zo kunnen bomen door de wind worden bevrucht en worden daarbij geholpen door de elektrische lading van stuifmeel. De stroom uit een boom kan door middel van een apparaat omgezet worden in muziek. Zo kunnen bomen en planten hun elektrische leven met ons delen. Bomen zijn niet alleen de longen van de planeet. Ze laden de lucht ook elektrisch op. De positieve en negatieve ionenconcentraties boven bossen zijn twee keer zo hoog als boven graslanden. Wat doet dat met ons als we in het bos wandelen?

Met behulp van nieuwe apparatuur, van onder andere PhytlSigns, is het mogelijk om patronen te ontdekken in de elektrische signalen van planten. Die technologie is vooral ontwikkeld voor optimale teelt van voedselgewassen, maar kan evengoed dienen voor bos- en natuurbeheer. Elektrisch kan plantengroei gevolgd worden om te zien of ze rustig groeien of stress hebben (onder spanning staan) door een tekort aan water, een insectenplaag of een schimmel. Realtime veranderingen in planten worden detecteerbaar, waardoor telers veel nauwkeuriger kunnen reageren op de behoeften van planten en bosbouwers op ontwikkelingen in het bos. Zo bleek ook dat planten – net als mensen – behoefte kunnen hebben aan magnetische velden. Die bevorderen de celdeling van groene algen, de wortelgroei van maisplantjes en de ontkieming van uien en rijst. 

Het tweede deel van het boek verkent de diepere verbinding mens, boom en bos. Daarbij voortbordurende op de magnetische aspecten die altijd aan elektrische gepaard gaan. De gezondheidseffecten van bos op de mens kunnen waarschijnlijk veel beter begrepen worden als we de elektromagnetische verbanden gaan zien. Een verklaring die zelfs in de literatuur over Shinrin Yoku ontbreekt. Deze verdieping leunt vooral op nieuwe inzichten in de kwantumbiologie.

De mogelijkheden lijken onbeperkt. Tegelijkertijd houden we ons hart vast, want alsmaar toenemende kunstmatige straling door zendmasten en satellieten heeft waarneembaar negatieve invloed op de natuur! Daar geven we in ‘Stralende Bomen’ allerlei concrete voorbeelden van. Aanvullend onafhankelijk onderzoek daarnaar is beslist nodig.

Met het oog op de voorgenomen implementatie van 5G en 6G hopen we dat het boek Stralende Bomen leidt tot herbezinning en tot serieus en onafhankelijk onderzoek naar de invloed van straling op de natuur, inclusief de mens die daar deel van uitmaakt.

Met vriendelijke groeten en waardering voor jullie werk!

Henk Kieft, mede namens Sander Funneman

Nieuwsbrief september 2022

Foto: Ine Reinders
Foto: Ine Reinders

Bij een verhuizing bleef e.e.a. over: enkele oude jaargangen van Roots. (47 tijdschriften) Misschien voor een school of club?
De 5 delige serie “Ontdek” Nederlandse landschappen van rond 1980.
Gratis af te halen bij Ine Reinders. Interesse?
Mail: inereinders20@gmail.com

Nieuwsbrief april 2022

Koolmees-weetjes   bij de vrijwilligersmiddag van IVN Zwolle op 9 april 2022.

Met o.a. 

Hoe bewaakt de koolmees zijn territorium?

Koolmees en klimaat-mismatch

Waarom draagt een koolmees een stropdas?

Overal hoor je de koolmezen: Tietiepu / titu-titu-titu / priti-priti / pulit-pulit enz. 
Sommige mensen zeggen: net een fietspomp, of, net een politieauto. 
Eigenlijk heeft hij maar “twee noten op zijn zang”, maar een beetje koolmees kent er wel 40 varianten op. De varianten die de koolmees gebruikt zijn bedoeld om andere koolmezen, die ook een territorium zoeken, de indruk te geven dat het gebied al bezet is. “Op elke hoek een ander riedeltje!”

In gebieden met veel achtergrond lawaai veranderen koolmezen van toonhoogte. Bijvoorbeeld in de stad gebruiken koolmezen meer hoge tonen om tegen het achtergrondlawaai op te kunnen boksen.

Volwassen koolmezen zijn circa 14 centimeter groot, hebben een spanwijdte van 22,5-25,5 cm en een gewicht van gemiddeld 17 gram. De gemiddelde maximumleeftijd van een koolmees in goede levensomstandigheden bedraagt ongeveer 10 jaar. De oudste geringde en geregistreerde koolmees werd 15 jaar. In de broedtijd eten koolmezen voornamelijk insecten en insectenlarven. Zij nestelen zich in boomholtes en ook vaak in nestkastjes. 

Wanneer een koppeltje koolmezen elkaar heeft gevonden blijven zij gedurende 1 tot 2 nestjes bij elkaar en voeren ze samen de jongen. Het is echter niet vreemd als het koppeltje hetzelfde nest jaren achter elkaar samen gebruikt. 

Een gemiddeld nest bevat 7 tot zelfs 15 eieren waarvan er meestal 6 tot 8 uitkomen, en dat 2x per jaar!. Elk ei dat moederkoolmees legt weegt zoveel als een tiende van haar lichaamsgewicht. (Dat betekent wij, vrouwen, 7 tot 15 dagen lang elke dag een kind van ruim 6kg ter wereld zouden brengen). 

Klimaat, koolmees, rups en eik

Het klimaat verandert en de temperatuur stijgt. Die stijgende temperatuur vervroegt allerlei biologische processen. Planten komen eerder in bloei, vlinders fladderen eerder rond en het eerste kievitsei wordt steeds eerder gelegd. Die jaarlijkse timing van planten en dieren heet ‘fenologie’.

De voedselketen en de fenologie van zomereik, wintervlinder en koolmees is en wordt uitgebreid onderzocht. De koolmees voedt zijn jongen met rupsen. De rupsen eten het jonge blad van de zomereik. Dat liep jarenlang, qua timing, perfect met elkaar in de pas. 

De rupsen reageren sterk op de temperatuurstijgingen komen steeds vroeger uit.

De zomereik loopt wel wat eerder uit maar minder snel. (=> Voedsel tekort voor de rupsen)

Vogels/Koolmezen reageren behalve op temperatuur ook sterk op daglengte, die natuurlijk niet verandert door het klimaat. Daarnaast moeten koolmeesmoeders drie weken voordat de jonge vogels in mei uit het ei kruipen al beginnen met het leggen van eieren. Die periode, de eerste helft van april, is niet warmer geworden – nog een reden waarom koolmezen minder sterk reageren op het warmere voorjaar. (=> Voedseltekort voor meesjes; => minder koolmezen….)

De schakels in de voedselketen eik-wintervlinder- koolmees raken ontkoppeld. Vroeger
(linkerhelft) viel de periode waarin de koolmezen hun jongen in het nest hebben
(aangegeven met de dubbele pijl) samen met de piek in rupsen-biomassa.
Nu (rechterhelft) valt die periode van jongen voeren te laat ten opzichte van de naar voren geschoven voedselpiek.

7-3-2013: Maar de verwachtte daling van de koolmezenaantallen bleef uit. Dat komt, zo blijkt uit het onderzoek, doordat de overleving van de uitgevlogen jongen dichtheidafhankelijk is. Hoe meer jonge koolmezen door het bos fladderen, hoe meer concurrentie ze van elkaar hebben en hoe meer jongen het loodje leggen. Verlaten weinig jongen het nest, dan is de concurrentie lager en overleven er meer. Zo verschijnen bij verschillende aantallen uitvliegende jongen toch even veel vogels aan de start van het nieuwe broedseizoen. ‘Nu we snappen hoe het zit, lijkt het niet zo ingewikkeld meer,’ zei prof Marcel Visser.(WUR, inauguratie rede)

Ontwikkelingen: oktober 2021

Toch is het voor koolmezen zaak om synchroon te lopen met (de timing van) eiken en de rupsen,alleen dan hebben ze genoeg rupsen om aan hun hongerige jongen te voeren

Onderzoek door Ecologen van de Universiteit van Oxford toont aan dat koolmezen er inmiddels gemiddeld prima in slagen om synchroon te lopen met de vroegere lente. 
In 2020 legden ze zo’n 16 dagen eerder eieren dan in de jaren zestig. 
Als koolmezen echter broeden in de buurt van zieke eiken lukt het ze niet om hun ‘broedtiming’ aan te passen, blijkt ook uit dit Britse onderzoek. 

Bepalende factor was de gezondheid van eiken in de directe omgeving, zo ontdekten de ecologen. 

Nieuwsbrief maart 2022

Een Zwols plantje.

Zwolle is trots op zijn Zwolse bloemen: de Zwolse tulp en de Zwolse anjer.

Die tulp is de wilde kievitsbloem, die in Nederland vooral rond Zwolle voorkomt.

De anjer is de steenanjer, en, ook die komt in het wild veel voor op de zandgrond rond Zwolle.

Misschien zijn er nog meer?  

Ik vind de volgende plant ook écht Zwols!: de vingerhelmbloem.

​Hij heeft ons Zwolse handje!!

Foto: Ine Reinders

Bekijk hem eens goed. (liefst buiten, hè)

Het handje zit vlak onder de bloem en heet een “schutblad”.​

De plant heet ook wel “vogeltje op de kruk” dat zie je aan de bloem linksboven.

In het gele rondje zie je de vrucht. De zaadjes die rondvliegen hebben een mierenbroodje = een aanhangseltje met voedsel voor mieren. Goed voor de verspreiding!

Rond deze tijd bloeit ook de holwortel.

Ze lijken heel erg veel op elkaar, maar alleen de vingerhelmbloem heeft een (Zwols) handje !

In het Engelse werk bloeien ze NU (half/eind maart) allebei.

Tekst en plaatje: Ine Reinders

Nieuwsbrief december 2021

Park Schellerdriehoek heeft nieuwe bomen.

In Park Schellerdriehoek in Zwolle-Zuid zijn op 26-11-21 twee grote haagbeuken geplant. 

De bomen zijn ruim 6 meter hoog, al 18 tot 20jaar oud en ze kunnen wel 150 jaar oud worden.

Foto: Dick Krabshuis

In grote gaten kwam goede grond en daarin plantte Rova de bomen. “Jong en oud zal plezier van deze bomen hebben en ze zullen voor vele generaties een trekpleister in het park zijn”, verwacht Belangenvereniging Schellerdriehoek. “
De bomen worden zo gesnoeid dat er, op den duur, in geklommen kan worden. Het zijn haagbeuken (Carpinus betulus), geen ‘gewone’ beuken(Fagus sylvatica) en daarom krijgen ze géén beukennootjes.”

De gemeente en de belangenvereniging wildenmeer bomen voor de Schellerdriehoek, een park ingesloten tussen Zwarteweg, Grenslaan en Oude Deventerstraatweg. 

“Meer bomen betekent meer natuurlijk spelen, meer bewegen, meer samen genieten, meer plezier, meer zuurstof en minder koolstofdioxide. Maar bomen zijn ook effectieve water verdampers, ze zorgen voor schonere lucht, ze geven schaduw, houden de stad koel, er komen meer insecten en meer vogels op af en ze maken ons gezonder en gelukkiger”, weet secretaris Ine Reinders.

De vereniging wilde graag klimbomen, omdat ‘natuurlijk spelen’ essentieel is voor kinderen.  Probleem bij klimbomen is dat als de takken te dun zijn, ze bij het klimmen makkelijk afbreken. Dikkere bomen zijn echter (erg) duur. 

Er kwam een sponsoractie op gang. Leden van de belangenvereniging doneerden ruim, en ook het ‘GroenDoen Fonds’, van Trees for All, leverde een belangrijke bijdrage.

Binnenkort komen er nog koningslindes, wilgen, een iep en een veldesdoorn bij.

Kom je eens kijken met je (klein)kinderen!


Nieuwsbrief november

Alle Zwolse basisscholen kregen een “GROEN” cadeau: de nieuwe NME-gids én een oesterzwammen-growkit-emmer. 

Op 9 november ’21 werd de vernieuwde NME gids gepresenteerd op basisschool de Werkschuit. De NME-makelaar van de gemeente Zwolle Mariken Enserink zorgde ervoor dat elke lagere school in Zwolle een oesterzwammen-growkit emmer kreeg én de nieuwe digitale NME gids. Dit om de leraren te inspireren en uit te nodigen om ook met leerlingen van hun eigen school met NME aan de slag te gaan. De oesterzwammen gaan groeien op koffiedik, dat anders weggegooid wordt. Op de emmer zit een QR-code waar-mee je direct bij de NME-gids komt, of ga naar www.zwolle.nl/nme

Daarnaast waren er buitenactiviteiten: een wormenhotel maken, bloembollen poten, ‘groene kunstwerken maken én 

GROND BOREN MET IVN ZWOLLE op het terrein van DE WERKSCHUIT met kinderen van groep 5.

Met veel enthousiasme gingen de kinderen in kleine groepen aan de slag, na een korte uitleg door IVN gids Marjan Reus. Ine Reinders, ook IVN natuurgids, had voor de materialen gezorgd, voldoende voor 3 groepen.

Het boren ging goed! 
Soms werd er met 4 kinderen tegelijk met een boor grond opgegraven; op andere plekken waren 2 tallen aan het boren. 

Het bleek al gauw dat er verschillende soorten grond werden opgediept. 
Met behulp van zoekkaarten werden ze verder onderzocht. 
Wat kun je ervan maken, van de grond?

Antwoord: PANNENKOEKJES, POFFERTJES!

Er werden radio opnames gemaakt. 

Ook dat ging prima: de kinderen klonken als deskundige bodemonderzoekers.

Dit vergeten ze vast nooit meer…

Nieuwsbrief oktober

Wintergast: Vogel:  een niet-broedvogel, die in het winterhalfjaar in Nederland is.

Een wintergast is een vogel, die in het winterhalfjaar,noordelijk gelegen streken waarin hij heeft gebroed, verlaat om in zuidelijker gelegen streken met een gematigder klimaat te overwinteren, meldt Wikipedia. 

Miljoenen vogels verlaten Scandinavië en Noord-Rusland, omdat het voedselaanbod in hun zomer-, broedgebied onvoldoende is door kou of sneeuw. Devogels die zuidwestwaarts trekken, komen naar Nederland, België, West-Frankrijk en Zuid-Engeland en soms nog verder. In deze streken is het klimaat gematigder onder invloed van de Golfstroom. 

Echte wintergasten in Nederland zijn bijvoorbeeld: de kleine zwaan, de wilde zwaan, verschillende ganzensoorten, maar ook de ruigpootbuizerd, keep en koperwiek.

De koperwiek is een lijster, met roestbruine flanken en een lichte oogstreep. Hij eet vooral bessen van struiken. Deze vruchten zitten boordevol suiker en leveren dus snel energie en dat is belangrijk voor een trekvogel. Nederland is een goed overwinteringsgebied voor hen, maar wordt het te koud, dan trekken ze dóór.

Keep – foto: Patrick van Leur

De keep is een ‘vink uit Scandinavië’. Je ziet hem in troepen tussen ‘onze’ vinken in beukenlanen op de grond scharrelen, waar ze samen naar beukennootjes zoeken. Hun snavel is uitermate geschikt voor dit voedsel . De keep verschilt van de vink door zijn witte stuit en minder wit op de vleugels. Het mannetje heeft een grote oranje schoudervlek.

Ga jij ze eens zoeken?

Naast wintergasten, zijn er ook jaargasten en zomergasten. Die zijn allemaal “te gast” en broeden niet hier.

Paardenbloem – Taraxacum officinale

Bijzonder gewoon,  

In het voorjaar ging mijn vader ‘paardenpollen’ te lijf.  
Met zijn aardappelschilmes sneed hij de lange penwortel door om te voorkomen dat de hele tuin vol bloemen zou komen te staan. 

Ik kijk er anders naar: Ik vind ze “gewoon bijzonder”,  
maar ook “if you can’t beat them, eat them”, én, wat kunnen we er mee Doen?! 

Een expeditie 

Wat zijn ze gewoon die paardenbloemen. 
Heel Nederland staat er vól mee van half april tot half juni, maar ook later in het jaar zie je ze bloeien Iedereen kent ze én veel mensen weten zijn naam. (of is dat al bijzonder?) 
Elk kind heeft wel eens zo’n pluisbolletje weg geblazen.   

Wat zijn ze bijzonder die paardenbloemen.  
Elke ‘bloem’ is een samenstelling van meerdere (lint)bloemetjes, elk met maar één bloemblad. De stengel is altijd hol. De bladeren staan in een bladrozet bij elkaar op een (vaak lange) penwortel

NAAM: Zijn Nederlandse naam is simpel: paarden eten de blaadjes graag! De bladeren, lang en smal hebben driehoekige naar achteren gerichte lobben. In Engeland, Duitsland en Frankrijk heet hij daarom ‘leeuwentand’. (Dandelion, Löwenzahn, Dente de lion).  
Taraxacum officinale: Taraxacum komt van het Oud Griekse Taraxa (darmstoornis) en akon (geneesmiddel), dus geneesmiddel tegen darmkwalen. Officinale betekent in gebruik in de apotheek.  
“Als er in een plantennaam het woord ‘officinale’ voortkomt, betekent dat dat de plant in de geneeskunde wordt of werd gebruikt.” zegt de Kruiden Encyclopedie. Uit die Encyclopedie: De plant heeft een (bloed)reinigende werking. De nieren en de lever worden geactiveerd en afvalstoffen verdwijnen met de in grote hoeveelheden afgedreven urine. De thee van gedroogde wortels en bladeren werkt laxerend, eetlustopwekkend en versterkend. Het verse blad is rijk aan vitaminen.  
Bij inname van grote hoeveelheden kan het leiden tot maag en darmstoornissen en zelfs hartritme stoornis. Sap kan huidirritatie veroorzaken, vooral bij kinderen. 

ETEN: Het blad, de bloemen en de wortel van de paardenbloem kun je eten, LEKKER, maar de stengel niet zo, het sap erin is licht giftig. 
De bladeren kunnen in salades gegeten worden. Gehakte blaadjes kun je gebruiken als kruid door soep, kruidenboter, stoof- of stampotten. Oudere bladeren zijn vaak bitter.  
Nù is het moment, haast je, en pluk véél paardenbloemknoppen. Ze kunnen op zuur of, als kappertjes, gepekeld worden.  
Van de bloemen kun je jam, gelei of thee maken. Paardenbloemthee is gewoon te koop 

EETTIP: Mijn idee: Voeg aan je gewone salade goedgewassen paardenbloemblaadjes toe.  
Ik doe er nu ook daslookblad en jonge zevenbladblaadjes bij, en, losse lintbloemjes  
van de paardenbloem eroverheen. Lekker!  
De gele bloemetjes, zonder groen, zijn ook leuk/lekker als garnering op toetjes.  

DOETIPS: Doe eens een paardenbloemen-expeditie.  

  • Zoek de grootste, de kleinste, een ‘halve’, een bijzondere. (Foto 1) 
  • Plukken màg! Het sap (wit) maakt vlekken, maar schrijf eens een geheime boodschap op een papiertje of gebruik het sap als plaksel. (bloem op je oorlel plakken)  
  • Als je sap zou proeven, smaakt het bitter, daarom lusten de paarden het niet en staat de wei er vol mee. 
  • Snijdt een stukje stengel af en kerf hem boven en onder kruislings in. Gooi ‘m in water, zie: foto 2 
  • Snijdt eens een bloem door midden en ga op zoek één bloem. Is er al pluis? Kun je vinden? foto 3 
  • Bij uitgebloeide pluizenbolletjes ga je natuurlijk blazen.  
    De wind neemt ze zó mee.  
    Alles in 1x weg? Dan mag je een wens doen.  
  • Wil je nog meer? Kijk thuis eens bij: 

Schooltv: Hoe veranderen paardenbloemen in pluizenbollen? – Van gele blaadjes naar witte pluisjes  of Schooltv: Hoe groeit een paardenbloem? – Wist je dat die mooie pluizenbol ook een paardebloem is? voor wat oudere (kinderen). 
 

Gevonden: Paardenbloemen met een hele dikke steel met veel bloemen erop. Die steel lijkt verkleefd/samengesmolten. Bij nadere speurtocht blijken meerdere pollen dit verschijnsel te hebben.  Foto 4 
Graag hoor ik of iemand hier iets over weet.  

Bronnen:  
Geïllustreerde Kruiden Encyclopedie, Nico Vermeulen 
Bloeikalender en gids, IVN Nw Overijssel 
Wilde planten, Reader’s Digest 
Het grote wildplukboek, Edwin Florès  
Dat prikt! Ton Lommers 
Paardenbloem – Taraxacum officinale (wilde-planten.nl) 
Wat weet u van de paardebloem? (hunebednieuwscafe.nl) 
 
Tekst en foto’s: Ine Reinders 

Paardenbloem Taraxacum officinale

Bijzonder gewoon, deel 2

Nog steeds word ik blij verrast als ik buiten loop.

Laatst door paardenbloem met zo’n hele dikke steel.

Zie mijn vraag in de vorige nieuwsbrief. 

Bijzonder: Het vergroeien van meerdere stengels heet FASCIATIE, bandvorming.

Dus daarmee heb ik een fascinatie voor fasciatie bij paardenbloemen of andere planten of bomen.

Zo kun je de term “fasciatie” weer makkelijker onthouden.;)

Ga eens op zoek naar ‘dikke stengel paardenbloemen’. Bij Wilsum, waar eerst de kievitsbloemen bloeiden, vind je er, in dit koude voorjaar, misschien nog enkele/meerdere.

Meer opvallends: De steellengte van paardenbloemen!

Deze is bijna 75 cm lang!

Zoek je mee naar de langste, de kortste, de dikste of dunste paardenbloem?

Veel paardenbloemenplezier!